Приложение:Спряжение:kopen

Материал из Викисловаря
Перейти к навигации Перейти к поиску
Спряжение действительного залога глагола kopen
Неопределённые формы глагола основная форма дополнительная форма
имперфект настоящее kopen te kopen
будущее zullen kopen te zullen kopen
перфект настоящее hebben gekocht te hebben gekocht
будущее gekocht zullen hebben gekocht te zullen hebben
причастие настоящего времени причастие перфекта повелительное наклонение условное наклонение
kopend gekocht koop, koopt kope
изъявительное наклонение единственное число множественное число
имперфект 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо
ik jij, je u gij hij, zij, het wij, we jullie zij, ze
настоящее (o.t.t.) koop koopt koopt koopt koopt kopen kopen kopen
прошедшее (o.v.t.) kocht kocht kocht kocht kocht kochten kochten kochten
будущее (o.t.t.t.) zal kopen zult/zal kopen zult/zal kopen zult kopen zal kopen zullen kopen zullen kopen zullen kopen
условное (o.v.t.t.) zou kopen zou kopen zou(dt) kopen zoudt kopen zou kopen zouden kopen zouden kopen zouden kopen
перфект 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
настоящее (v.t.t.) heb gekocht hebt gekocht hebt/heeft gekocht hebt gekocht heeft gekocht hebben gekocht hebben gekocht hebben gekocht
прошедшее (v.v.t.) had gekocht had gekocht had gekocht hadt gekocht had gekocht hadden gekocht hadden gekocht hadden gekocht
будущее (v.t.t.t.) zal gekocht hebben zal/zult gekocht hebben zult/zal gekocht hebben zult gekocht hebben zal gekocht hebben zullen gekocht hebben zullen gekocht hebben zullen gekocht hebben
условное (v.v.t.t.) zou gekocht hebben zou gekocht hebben zou/zoudt gekocht hebben zoudt gekocht hebben zou gekocht hebben zouden gekocht hebben zouden gekocht hebben zouden gekocht hebben
безличный страдательный залог gekocht worden
имперфект перфект
настоящее er wordt gekocht er is gekocht
прошедшее er werd gekocht er was gekocht
будущее er zal gekocht worden er zal gekocht zijn
условное er zou gekocht worden er zou gekocht zijn
страдательный залог gekocht worden
Неопределённые формы глагола основная форма дополнительная форма
имперфект настоящее gekocht worden gekocht te worden
будущее gekocht zullen worden gekocht te zullen worden
перфект настоящее gekocht zijn gekocht te zijn
будущее gekocht zullen zijn gekocht te zullen zijn
единственное число множественное число
имперфект 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
настоящее word gekocht wordt gekocht wordt gekocht wordt gekocht wordt gekocht worden gekocht worden gekocht worden gekocht
прошедшее werd gekocht werd gekocht werd gekocht werdt gekocht werd gekocht werden gekocht werden gekocht werden gekocht
будущее zal gekocht worden zult gekocht worden zult gekocht worden zult gekocht worden zal gekocht worden zullen gekocht worden zullen gekocht worden zullen gekocht worden
условное zou gekocht worden zou gekocht worden zou(dt) gekocht worden zoudt gekocht worden zou gekocht worden zouden gekocht worden zouden gekocht worden zouden gekocht worden
перфект 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо 1-е лицо 2-е лицо 3-е лицо
ik jij, je u gij hij, zij, het wij jullie zij
настоящее ben gekocht bent gekocht bent/is gekocht zijt gekocht is gekocht zijn gekocht zijn gekocht zijn gekocht
прошедшее was gekocht was gekocht was gekocht waart gekocht was gekocht waren gekocht waren gekocht waren gekocht
будущее zal gekocht zijn zult gekocht zijn zult gekocht zijn zult gekocht zijn zal gekocht zijn zullen gekocht zijn zullen gekocht zijn zullen gekocht zijn
условное zou gekocht zijn zou gekocht zijn zou(dt) gekocht zijn zoudt gekocht zijn zou gekocht zijn zouden gekocht zijn zouden gekocht zijn zouden gekocht zijn